Johan Vlemmix verkocht ooit atoombunkers en pleit nu voor voorlichting

Johan Vlemmix verkocht in de jaren 80 atoomschuilkelders.
Johan Vlemmix verkocht in de jaren 80 atoomschuilkelders.

Johan Vlemmix is nu vooral bekend als oranjehofnar, maar heeft ook een serieuze kant. Hij werd rijk als zakenman en met zijn bedrijf Nucleair Protection Systems (NPS) handelde hij ooit in atoombunkers. “Er zijn er toen vijf verkocht én ondergronds geplaatst. Mijn vak is eigenlijk nucleaire beveiliging.” Nu de Russische president Poetin met inzet van nucleaire wapens dreigt, vindt Vlemmix het belangrijk dat de overheid weer voorlichting gaat geven over hoe je jezelf moet beschermen bij een atoomaanval.

Profielfoto van Rob Bartol

Geschreven doorRob Bartol

De standaardafmeting van zijn atoombunkers was zes bij drie meter, vertelt Vlemmix. Hij vergaarde zijn kennis destijds in Zwitserland en runde tussen 1985 en 1995 het bedrijf. Van alles verhandelde hij: “Van gasmaskers, jodiumtabletten, filterinstallaties tot en met complete atoombunkers. Toen de eerste atoombunkers klaar waren, heb ik heel veel publiciteit gehad.”

“Ik was altijd bang voor oorlog en zeker voor een atoomoorlog.”

Vlemmix kwam in het wereldje van nucleair beveiliging terecht door angsten uit zijn jeugd. “Ik was altijd bang voor oorlog én zeker voor een atoomoorlog. Ik ben daar echt heel mijn leven mee bezig geweest.” En dat leidde tot het opmerkelijke bedrijf. “Ik heb ook voorlichting gegeven aan scholen en bedrijven. Ja, dat was serieus mijn werk.”

Over de atoombunkers, een soort silo’s, vertelt Vlemmix: “Ze bestonden uit een hele sterke kunststofvezel, gegoten in beton. Al naar gelang het ontwerp was er plaats voor twee tot 12 personen.” Hij bouwde er ook eentje voor zichzelf: “Dat was aan de Eindhovensebaan in Veldhoven. Je kon er met zes man in. De bunker was voorzien van toiletten en er stond een fiets om stroom op te wekken.”

Volgens Vlemmix moet de bunker nog steeds in de grond zitten. “Hij zat in de grond van een perceel dat 35 jaar mijn eigendom is geweest, maar later is onteigend door de gemeente voor woningbouw.”

“Ik heb nu nog twaalfduizend noodpaketten staan in opslag.”

Met Vlemmix’ bedrijf ging het mis toen er op het hoogtepunt maar liefst zeshonderd bestellingen stonden voor de aanschaf van een atoomschuilkelder. “De banken haakten helaas af, ze wilden niet investeren”, vertelt hij. “Onder druk van buitenaf, heb ik altijd het idee gehad.”

Ondanks die teleurstelling ging Vlemmix toch stug door, maar kleinschaliger en vanuit het pand dat later bekend zou worden als het Eindhovense paleis Soestdijk.

“Dat pand is toen ook omgetoverd tot nucleair museum”, vertelt Johan. “Alles waarmee je je kunt beschermen tegen een atoomaanval had ik in huis en was te bezichtigen. Ook onder dat pand zit ook een soort bunker. De muren zijn zeker een meter dik.”

Uit de periode dat Vlemmix handelde in beschermingsmiddelen, resten ook nog eens duizenden voedselpakketten. “Ik heb nu nog twaalfduizend noodpakketten staan in opslag”, vertelt hij. “In zo’n pakket zitten 25 producten variërend van waterzuiveringstabletten, jodiumpillen tot en met toiletpapier.”

“En wie weet nog waar er schuilkelders zijn? Gemeenten moeten dat nieuw leven inblazen.”

Vlemmix heeft door de oorlog in de Oekraïne een serieuze oproep aan (lokale) bestuurders. “Er is al jaren geen voorlichting meer gegeven over hoe je te beschermen bij een atoomaanval. En wie weet nog waar er schuilkelders zijn? Het is nu aan de gemeenten om dat nieuw leven in te blazen.”

In de jaren vijftig bracht de overheid een voorlichtings-animatiefilm uit over hoe je te beschermen tegen de gevolgen van een atoombom: